Laatst bijgewerkt 28 juli 2026
Zelf gordijnen maken is technisch gezien een van de eenvoudigste naaiprojecten die er zijn. Je stikt rechte naden, je zoomt vier randen en je werkt de bovenkant af. Geen pasvorm, geen rits, geen coupenaad. Toch schrikken veel mensen ervan terug, en dat is niet zo gek: het is vooral groot werk. Een gordijn voor een woonkamerraam is al snel meters breed en meters lang, en die lap moet je in je eentje recht houden, recht knippen en recht onder de machine door krijgen.
Daarom zit het succes van dit project niet in je naaitechniek maar in twee andere dingen: nauwkeurig meten voordat je stof koopt, en netjes zomen als de rest af is. In dit artikel vind je het volledige stappenplan van meten tot ophangen, plus uitleg over stofkeuze, hoeveel banen je nodig hebt bij een breed raam, en hoe je de bovenkant afwerkt voor het ophangsysteem dat je hebt.
Snel antwoord
Hoe maak je zelf gordijnen?
- Meet de railbreedte en vermenigvuldig die met je plooifactor, meestal anderhalf tot tweeenhalf keer. Meet de hoogte vanaf het ophangpunt en tel toeslag bij voor de bovenkant en een ruime onderzoom.
- Stik eventuele banen aan elkaar, naai de zijzomen, werk daarna de bovenkant af met gordijnband of een tunnelzoom.
- Hang het gordijn op, laat het een paar dagen hangen en naai pas daarna de onderzoom op de definitieve lengte.
Zelf gordijnen maken: het stappenplan
Lees eerst alle stappen door voordat je stof gaat kopen. De eerste drie stappen bepalen namelijk hoeveel stof je nodig hebt, en die kun je achteraf niet meer bijsturen.
- Meet de breedte van je rail of roede. Meet de rail zelf, niet het raam, over de volle lengte tot in de hoeken. Bij een roede meet je tussen de eindknoppen. Deze maat is je uitgangspunt voor alles wat volgt.
- Bepaal je plooiverhouding. De val komt uit de overmaat: een gordijn dat vlak hangt, oogt schraal. Als vuistregel houd je anderhalf keer de railbreedte aan voor een sober gordijn en twee tot tweeenhalf keer voor een vol, rijk vallend gordijn. Maak je twee gordijnen die in het midden sluiten, deel de totale breedte dan door twee en tel bij elk deel een centimeter of vijf overlap op.
- Meet de hoogte en tel de toeslagen erbij. Meet vanaf het ophangpunt, dus de onderkant van de haak of de bovenkant van de roede, tot waar je de onderkant wilt hebben. Tel daar de toeslag voor de bovenkant bij op en een ruime onderzoom van vijftien tot twintig centimeter. Die ruime onderzoom geeft gewicht aan de onderrand en je kunt er later mee corrigeren.
- Reken uit hoeveel banen je nodig hebt. Deel je benodigde totaalbreedte door de bruikbare stofbreedte, dus de rolbreedte min de zelfkanten, en rond naar boven af. Heeft de stof een patroonrapport, dan koop je per extra baan een stuk extra zodat je het patroon kunt laten doorlopen.
- Knip de banen recht af. Meet aan beide zelfkanten dezelfde lengte af en trek de kniplijn haaks over; op een grote tafel of op de vloer gaat dat beter dan op een smal werkblad. Bij geweven stof kun je vaak een draad uittrekken en langs dat spoor knippen, dan zit je zeker recht op draad. Een scheef geknipte baan blijft de rest van het project scheef.
- Stik de banen aan elkaar. Leg twee banen met de goede kanten op elkaar, laat het patroon precies aansluiten en speld ruim voordat je stikt. Strijk de naad open of naar een kant en werk de rauwe randen af, want ook een gordijnnaad rafelt in de was. Bij drie banen zet je de volle baan in het midden, zodat de naden symmetrisch vallen.
- Naai de zijzomen. Vouw beide zijkanten twee keer naar de verkeerde kant om, ongeveer twee tot drie centimeter per omslag, en strijk ze scherp. Dubbel omvouwen werkt de rauwe rand weg en geeft de zijkant meteen wat gewicht. Houd je naadbreedte over de hele lengte gelijk; op meters lengte zie je elke afwijking terug.
- Werk de bovenkant af. Vouw de bovenrand om en zet er gordijnband op of maak een tunnel; hoe dat per ophangsysteem gaat, lees je verderop. Doe dit voor de onderzoom, want de bovenkant bepaalt de definitieve hanglengte.
- Hang het gordijn op en laat het hangen. Zet de haakjes in of schuif de roede erdoor en hang het geheel op zijn plek. Laat het een paar dagen tot een week hangen; zware en soepele stoffen zakken in die tijd nog iets uit.
- Naai als laatste de onderzoom. Speld de gewenste lengte af terwijl het gordijn hangt, haal het van de rail en naai de zoom af. Vouw ook hier twee keer om en strijk goed voordat je stikt.
Werk je voor het eerst met een naaimachine, doe dan eerst een kleiner project met dezelfde technieken. In het overzicht met makkelijke naaiprojecten staan projecten die je in een avond af hebt en waarmee je precies deze rechte naden en dubbele zomen oefent.
Meten en toeslagen op een rij
De meeste mislukte gordijnen zijn niet slecht genaaid, ze zijn verkeerd gemeten. Dit overzicht helpt bij het uitrekenen van je knipmaten.
| Maat | Wat je meet | Toeslag als vuistregel |
|---|---|---|
| Breedte | De volledige lengte van de rail of roede, niet het raam | Anderhalf tot tweeenhalf keer vermenigvuldigen voor de plooien |
| Zijzomen | Per gordijndeel twee zijkanten | Twee tot drie centimeter per omslag, dubbel omgevouwen, dus aan elke kant het dubbele erbij |
| Hoogte | Van het ophangpunt tot de gewenste onderkant | Zie de twee regels hieronder |
| Bovenkant | Afwerking met gordijnband of tunnel | Bij band: bandbreedte plus omslag. Bij tunnel: twee keer de roededikte plus ruime speling |
| Onderzoom | De onderrand van het gordijn | Vijftien tot twintig centimeter, dubbel omgevouwen |
| Patroonrapport | De afstand waarover het dessin zich herhaalt | Per extra baan een volledig rapport extra inkopen |
Twijfel je tussen twee lengtes, kies dan de langste: inkorten kan altijd nog, aanzetten niet. Meet bij hoge ramen op meerdere punten, want vloeren en plafonds lopen zelden waterpas en bij een gordijn dat net op de vloer valt zie je een centimeter verschil meteen.
Welke stof kies je voor gordijnen?
Voor gordijnen telt vooral hoe de stof valt. Een stof met wat gewicht hangt in rustige, verticale plooien; een lichte, stugge stof gaat afstaan en plooit hoekig. Speciale gordijnstof is daarop gemaakt: hij is breed geweven, wat kan schelen in het aantal banen, en drapeert uit zichzelf al netjes. Katoen werkt ook prima en naait makkelijk, maar kies een middelzware kwaliteit; dunne katoen oogt snel schraal. Linnen en linnenlook geven een lossere, levendige val, met als kanttekening dat linnen kreukt en na wassen kan krimpen. Was gordijnstof daarom voor het knippen, in het programma waarin je het gordijn later ook wast.
Daarnaast kies je tussen transparant en dicht. Transparante stof filtert het licht en beperkt inkijk overdag; die stoffen zijn licht, dus geef ze ruim plooifactor en houd er rekening mee dat ze onder het voetje makkelijk wegschuiven. Dichte stoffen geven privacy en dempen geluid, maar houden lang niet altijd al het licht tegen. Wil je een slaapkamer echt donker maken, dan werk je met een aparte voering; hoe je die inzet staat in het artikel over verduisterende gordijnen maken.
De bovenkant afwerken per ophangsysteem
Dit is het enige onderdeel waar je echt een keuze maakt. De rest van het gordijn is voor elk systeem gelijk.
Gordijnband voor haakjes en plooien. De gebruikelijke oplossing bij een rail. Je vouwt de bovenrand naar de verkeerde kant om, stikt de band erop langs de boven- en onderrand en laat de trekkoordjes aan de zijkanten los. Daarna trek je de koordjes aan tot het gordijn de gewenste breedte heeft en verdeel je de plooien gelijkmatig. Knip de koordjes nooit af: rol ze op en berg ze in de band op, dan kun je het gordijn voor het wassen weer vlak trekken. Er bestaan banden voor verschillende plooisoorten, en de band bepaalt mede welke plooifactor logisch is, dus koop hem bij voorkeur samen met de stof.
Tunnelzoom voor een roede. De simpelste afwerking, en meteen de mooiste keuze als de roede zichtbaar mag blijven. Je vouwt de bovenrand twee keer om en stikt een tunnel die iets ruimer is dan de roede dik is, zodat het gordijn soepel schuift. Wil je een opstaand randje boven de roede, stik dan een tweede lijn een paar centimeter onder de bovenvouw. Nadeel: een tunnel schuift stroever, dus minder geschikt als je het gordijn dagelijks open en dicht doet.
Ringen en ogen. Ringen met klemmetjes zet je zonder naaiwerk op een gewoon afgewerkte bovenrand, wat dit de snelste optie maakt. Zeilringen, ook wel ogen genoemd, geven strakke, gelijkmatige golven, maar vragen verstevigingsband, gereedschap en exacte plaatsing. Voor een eerste gordijn is gordijnband of een tunnel de rustigere keuze.
Grote lappen stof hanteren achter de machine
De grootste hobbel is niet het stikken maar het gewicht. Hangt een halve meter stof over de tafelrand, dan trekt die aan de naad en loopt je stiksel scheef. Wat helpt:
- Zet je machine tegen de muur en schuif een tweede tafel of een strijkplank op werkbladhoogte links van je machine, zodat het gordijn ergens op kan rusten in plaats van te hangen.
- Rol het deel dat door de machinearm moet strak op en houd die rol met je linkerhand mee. Je duwt de stof niet vooruit, je begeleidt hem alleen.
- Werk zomen altijd in dezelfde richting af, dus alle zijzomen van boven naar beneden. Wissel je van richting, dan kan dat een licht verschil in trek geven.
- Speld ruim, of gebruik naaiklemmetjes bij dikke, dubbel omgevouwen randen waar spelden nauwelijks doorheen komen.
- Strijk elke vouw voordat je stikt. Bij een lange rechte naad is dat sneller dan speldjes bijsturen, en het stiksel wordt er zichtbaar rechter van.
- Werk in blokken: eerst alle banen aan elkaar, dan alle zijzomen, dan de bovenkant. Steeds wisselen kost meer tijd dan het lijkt.
De onderzoom: waarom die als laatste komt
Een gordijn zakt na het ophangen nog iets uit, door het eigen gewicht en doordat bij brede gordijnen niet elke baan precies even strak op draad hangt. Naai je de onderzoom voor het ophangen, dan is de kans groot dat de onderrand na een week niet meer helemaal recht loopt of dat het gordijn net te lang op de vloer sleept.
Speld daarom af terwijl het gordijn hangt, en meet vanaf de vloer omhoog in plaats van vanaf de bovenkant naar beneden; zo volg je automatisch de vloerlijn. Voor een brede zoom vouw je de onderrand een stuk om en dan nog een keer even breed, zodat de rauwe rand binnenin zit.
Wil je dat het stiksel aan de voorkant nauwelijks opvalt, gebruik dan de blindzoomsteek met het bijbehorende voetje; die vangt alleen om de zoveel steken een draadje van de bovenstof. Voor een strakke val kun je een loodveter in de zoom meenemen, een dun koordje met loodjes dat je losjes in de vouw legt; dat helpt vooral bij lichte of transparante stoffen. Welke zoomsoort bij welke stof past, lees je in de uitleg over zoom naaien.
Veelgemaakte fouten bij het maken van gordijnen
- Het raam meten in plaats van de rail, waardoor het gordijn niet tot in de hoeken komt.
- De plooifactor vergeten, zodat het gordijn strak en vlak aan de rail hangt.
- Geen extra stof kopen voor het patroonrapport, waarna het dessin bij de naad tussen twee banen verspringt.
- Scheef knippen doordat de baan niet haaks op de zelfkant is afgemeten.
- De onderzoom naaien voordat het gordijn heeft gehangen.
- Een krappe tunnel maken, zodat de roede er nauwelijks doorheen wil en het gordijn niet schuift.
- De trekkoordjes van de gordijnband afknippen, waardoor je het gordijn later niet meer vlak kunt trekken.
- De stof niet voorwassen, met een gordijn dat na de eerste wasbeurt korter is.
Waar begin je als dit je eerste grote project is?
Gordijnen zijn qua techniek een beginnersproject, maar qua formaat niet. Heb je nog nooit een dubbele zoom genaaid of ben je onzeker over rechte naden van meters lang, oefen dat dan eerst op iets kleins. Een kussenhoes maken gebruikt precies dezelfde handelingen op een formaat dat je makkelijk overziet.
Zoek je meer projecten in dezelfde categorie, kijk dan in het overzicht van makkelijke naaiprojecten. Wil je eerst de basis op orde hebben, van inrijgen en steekkeuze tot rechtstikken, dan is leren naaien het logische startpunt.
Veelgestelde vragen
Hoeveel stof heb ik nodig voor zelfgemaakte gordijnen? Vermenigvuldig de railbreedte met je plooifactor, meestal anderhalf tot tweeenhalf keer, en deel dat door de bruikbare stofbreedte om het aantal banen te bepalen. De lengte per baan is de hanghoogte plus de toeslag voor de bovenkant en een onderzoom van vijftien tot twintig centimeter.
Zijn gordijnen geschikt als eerste naaiproject? Technisch wel, want je stikt alleen rechte naden en zomen. Het formaat maakt het lastiger dan het lijkt, dus oefen de handelingen eerst op iets kleiners en zorg voor een grote tafel naast je machine.
Moet ik gordijnstof voorwassen? Ja, zeker bij katoen en linnen. Die kunnen bij de eerste wasbeurt krimpen, en dat merk je bij een gordijn van meters lang direct aan de lengte. Was in het programma waarin je het gordijn later ook wast.
Wat is het verschil tussen gordijnband en een tunnelzoom? Met gordijnband hang je het gordijn met haakjes aan een rail en trek je met koordjes de plooien aan. Een tunnelzoom is een gestikte gang waar je de roede doorheen schuift: simpeler te maken, maar het gordijn schuift stroever.
Hoe voorkom ik dat de onderrand van mijn gordijn golft? Naai de onderzoom pas nadat het gordijn een paar dagen heeft gehangen, speld af vanaf de vloer omhoog en gebruik een ruime dubbelgevouwen zoom. Bij lichte stoffen helpt een loodveter in de zoom om de onderrand rustig te laten hangen.
Kan ik gordijnen maken zonder patroon? Ja. Een gordijn bestaat uit rechthoeken die je uit je eigen maten berekent; het rekenwerk vooraf vervangt hier het patroon.
Samenvatting
Gordijnen naaien vraagt geen ingewikkelde technieken, alleen rechte naden en nette zomen, maar het formaat maakt nauwkeurig meten doorslaggevend. Meet de rail, vermenigvuldig met je plooifactor, tel toeslagen op voor de bovenkant en een ruime onderzoom, en stik de banen aan elkaar met het patroon in de pas. Werk daarna de bovenkant af volgens je ophangsysteem, hang het gordijn op en naai de onderzoom pas als de stof is uitgehangen.