Laatst bijgewerkt 28 juli 2026
Je hebt een patroon uitgekozen, loopt de stoffenwinkel binnen en staat stil tussen honderden rollen. Er zijn zoveel soorten stof dat de keuze verlammend werkt: de een valt zwaar en stug, de ander glijdt als water door je vingers, en op je patroon staat alleen iets vaags als “geschikt voor lichte geweven stoffen”.
Hieronder vind je de twaalf stoffen die je het vaakst tegenkomt, met per stof waarvoor je hem gebruikt, hoe lastig hij naait en welke naald erbij past. Daarna volgt het onderscheid dat alles bepaalt.
Snel antwoord
Welke stof kies ik voor mijn project?
- Kijk eerst of je patroon om een geweven of een gebreide stof vraagt: geweven rekt niet, gebreid wel, en dat bepaalt de hele pasvorm.
- Begin als beginner met katoen of poplin: die blijft liggen bij het knippen en vergeeft een scheve naad.
- Bewaar viscose, chiffon en ander glibberig materiaal tot je een paar projecten verder bent.
Stoffentabel: welke stof voor welk project
Bewaar dit overzicht op je telefoon voordat je de winkel in gaat. De moeilijkheidsgraad gaat over hoe makkelijk de stof zich laat knippen en naaien, niet over de kwaliteit.
| Stof | Waarvoor | Moeilijkheid | Naaldtip |
|---|---|---|---|
| Katoen en poplin | Overhemden, rokken, quilten, kussenhoezen | Makkelijk | Universeel 80 |
| Tricot en jersey | T-shirts, jurkjes, kinderkleding | Gemiddeld | Jersey 70 tot 80 |
| Viscose | Soepel vallende jurken en blouses | Lastig | Microtex 70 |
| Linnen | Zomerkleding, wijde broeken, tafelkleden | Makkelijk | Universeel 80 |
| Sweat en french terry | Truien, hoodies, joggingbroeken | Gemiddeld | Jersey 80 |
| Jeans en denim | Broeken, rokken, jacks, stevige tassen | Gemiddeld tot lastig | Jeans 90 tot 100 |
| Corduroy en ribfluweel | Broeken, jasjes en rokken | Gemiddeld | Universeel 80 tot 90 |
| Wol en wolmix | Jassen, colberts, warme rokken | Gemiddeld | Universeel 90 |
| Polyester en chiffon | Feestelijke jurken, sjaals, voering | Lastig | Microtex 60 tot 70 |
| Canvas | Tassen, etuis, schorten | Gemiddeld | Jeans 90 tot 100 |
| Flanel | Pyjama’s, overhemden, dekentjes | Makkelijk | Universeel 80 |
| Badstof | Handdoeken, badjassen, slabbetjes | Gemiddeld | Universeel of jersey 80 |
De naaldtips zijn gangbare richtlijnen; test altijd eerst op een restje van dezelfde stof. Waarom een ronde punt op tricot beter werkt dan een spitse, lees je bij welke naald bij welke stof hoort.
Geweven of gebreid: het onderscheid dat alles bepaalt
Geweven stof ontstaat doordat draden haaks over en onder elkaar door lopen, zoals bij een rieten mandje. Trek je eraan, dan geeft de stof nauwelijks mee. Katoen, linnen, denim, canvas, chiffon en de meeste wolstoffen zijn geweven. Omdat de stof niet rekt, moet de bewegingsruimte in het patroon zitten: vandaar de ritsen, knoopsluitingen en figuurnaden.
Gebreide stof bestaat uit lussen die in elkaar grijpen, net als een handgebreide trui maar veel fijner. Trek eraan en de lussen rekken uit. Tricot, jersey, sweat, french terry en boordstof horen hierbij. Doordat de stof zelf meegeeft, kan een t-shirt strak zitten en toch over je hoofd.
De praktische regel: gebruik altijd het soort stof waar je patroon om vraagt. Een t-shirtpatroon in geweven katoen krijg je niet aan; een geweven blousepatroon in tricot gaat hangen en zakken. Twijfel je bij een lap uit je kast? Trek er dwars op de lengte voorzichtig aan: geeft hij duidelijk mee en veert hij terug, dan is het gebreid.
Stofrichting en recht van draad
Op elk patroondeel staat een lange pijl: het recht van draad. Die leg je evenwijdig aan de zelfkant, de dichtgeweven rand langs de lengte van de stof. In die richting is de stof het stevigst, dus daar komt de lengte van je kledingstuk in te liggen; dwars daarop geeft de stof iets meer mee en dat loopt rondom je lichaam. Leg je een deel scheef, dan zie je dat vaak pas als het kledingstuk af is: een broekspijp die om je been draait.
Bij stoffen met een vleug, zoals corduroy, ribfluweel en badstof, komt daar iets bij. Aai je over corduroy, dan voelt de ene kant glad en de andere ruw, en dat zie je terug in de kleurdiepte. Leg alle delen dus met de vleug dezelfde kant op.
De stoffen per groep toegelicht
De makkelijke geweven basisstoffen. Katoen, poplin, linnen en flanel blijven netjes liggen op je snijtafel en vergeven een naad die niet kaarsrecht loopt. Linnen ademt heerlijk in de zomer maar kreukt zichtbaar; wie daar last van heeft, kiest een linnenmix.
De gebreide stoffen. Tricot, jersey, sweat en french terry zijn comfortabel en vergevingsgezind in de pasvorm, maar het naaien vraagt iets anders: een rechte steek breekt zodra de naad uitrekt. Je gebruikt daarom een smalle zigzag, een stretchsteek of een lockmachine, plus een naald met ronde punt. In tricot naaien zonder golvende naden staat hoe dat gaat.
De stevige werkpaarden. Denim, canvas, corduroy en dikke wol schuiven nauwelijks, maar je machine moet wel door meerdere lagen heen komen. Een dikkere naald, langere steek en rustig tempo maken het verschil; alles daarover lees je bij jeans en dikke lagen naaien.
De glibberige categorie. Viscose valt schitterend soepel, maar schuift weg onder je schaar en rafelt vlot. Chiffon en dunne polyester zijn nog lastiger: licht en met de neiging onder de persvoet naar binnen getrokken te worden. Werk hier met veel spelden, een fijne scherpe naald en zo min mogelijk trekken.
Welke stof kies je als beginner?
Een verkeerde stofkeuze is de meest onderschatte reden waarom een eerste project mislukt: niet omdat je niet kunt naaien, maar omdat de stof zich niet laat sturen. Deze volgorde werkt voor de meeste mensen:
- Begin met katoen of poplin. Middelzwaar en effen. Ideaal voor een kussenhoes, een tas of een eenvoudige rok.
- Stap over op linnen of flanel. Even makkelijk, maar je leert omgaan met kreuken en rafelende randen.
- Probeer daarna tricot of french terry. Nieuwe steek, nieuwe naald, en een enorm bruikbare stap: hier komen t-shirts en kinderkleding vandaan.
- Ga dan pas naar denim en canvas. Technisch niet moeilijk, wel zwaar werk voor je machine en je handen.
- Bewaar viscose, chiffon en satijn voor het laatst. Dan is het een kwestie van geduld in plaats van frustratie.
Kies bij je eerste projecten een stof zonder ruit of streep die je moet laten aansluiten; dat scheelt gepuzzel. Sta je helemaal aan het begin, dan loopt het startersplan voor leren naaien alle eerste stappen met je door.
Stof kopen: per meter, coupon, winkel of online
Stof koop je meestal per meter van de rol. De breedte ligt vaak rond de 140 centimeter en bepaalt mede hoeveel lopende meter je nodig hebt, dus kijk naar het stofverbruik op je patroon en naar de breedte die daarbij vermeld staat. Een coupon is een voorgesneden lap van een vaste maat, meestal een restant van de rol: prima voor een klein project, maar bijkopen kan niet.
In de winkel doe je iets wat online niet kan: voelen en laten vallen. Laat een stuk stof over je hand hangen om te zien hoe het valt, knijp het in je vuist om te zien hoe hard het kreukt en houd het tegen het licht om te zien of je voering nodig hebt.
Koop je online, let dan op het opgegeven gewicht in gram per vierkante meter en op het rekpercentage bij gebreide stof. Bestel bij twijfel eerst een staaltje; kleuren op een scherm kloppen zelden precies. Zoek je iets om je nieuwe lap in te verwerken? Er staan genoeg gratis naaipatronen online die met een halve meter uit de voeten kunnen.
Voorwassen: doe het meteen
Veel stoffen krimpen bij de eerste wasbeurt, katoen, linnen, flanel en badstof voorop. Naai je zonder te wassen, dan krimpt je kledingstuk pas nadat je er uren in hebt gestoken. Was je lap dus voordat je knipt, op het programma waarop je het later ook wast. Hoe dat per stofsoort werkt, staat in stof voorwassen.
Veelgemaakte fouten
- Een geweven stof kiezen voor een patroon dat rek nodig heeft. Het kledingstuk past dan simpelweg niet.
- Te weinig meters kopen. Reken bij ruiten, strepen en een vleug ruime marge voor het passend leggen.
- Het recht van draad negeren. Scheef geknipte delen draaien om je lichaam en dat trek je niet meer recht.
- Beginnen met een glibberstof. Chiffon en satijn maken van een eenvoudig patroon een uitputtingsslag.
- Alleen op kleur en print kiezen. Een mooie print in de verkeerde dikte valt nooit zoals je hoopt.
Ga je stof uitzoeken?
Neem je patroon mee naar de winkel en lees eerst de aanbevolen stoffen op de achterkant. Deze artikelen helpen verder:
- Welke naald hoort bij welke stof
- Stof voorwassen: wat krimpt en wat niet
- Tricot naaien zonder golvende naden
Bouw ondertussen een restjesdoosje op. Juist die overgebleven stukken zijn ideaal om een nieuwe steek of een lastige stof op te proberen.
Veelgestelde vragen
Hoe zie ik of een stof geweven of gebreid is? Trek voorzichtig dwars aan de stof. Geeft hij duidelijk mee en veert hij terug, dan is hij gebreid. Blijft hij stug, dan is hij geweven.
Welke stof is het makkelijkst om mee te beginnen? Middelzware katoen of poplin. Die blijft netjes liggen bij het knippen en vergeeft een naad die niet kaarsrecht loopt.
Kan ik tricot naaien op een gewone naaimachine? Ja. Je hebt geen lockmachine nodig, wel een naald met ronde punt en een steek die meerekt, zoals een smalle zigzag. Meer daarover bij tricot naaien.
Hoeveel stof heb ik nodig? Dat staat op je patroon, altijd gekoppeld aan een stofbreedte. Klopt de breedte van jouw stof daar niet mee, dan verandert het aantal meters.
Wat is het verschil tussen sweat en french terry? Beide zijn gebreid en aan de goede kant glad. Sweat heeft een opgeruwde binnenkant en is warmer; french terry heeft kleine lusjes en is dunner.
Samenvatting
Kies je stof in twee stappen: bepaal eerst of je patroon een geweven of een gebreide stof vraagt, en kies daarbinnen een soort die past bij het gebruik en bij je ervaring. Katoen, linnen en flanel zijn de vriendelijkste om mee te beginnen, tricot en sweat volgen daarna, en glibberige stoffen bewaar je tot later. Let bij het knippen op het recht van draad en was je stof voor.
Bekijk de stoffentabel per project