Laatst bijgewerkt 28 juli 2026
Een scrunchie maken is waarschijnlijk het vriendelijkste eerste project dat er bestaat voor wie net een naaimachine in huis heeft. Je hebt maar een smalle strook stof nodig, een stukje elastiek en een rechte stiksteek. Er zit geen patroon aan vast, er is geen pasvorm die kan tegenvallen en een schuine naad of een klein hobbeltje verdwijnt straks toch in de rimpels. Precies daarom is het zo’n dankbare start: je oefent rechte naden, keren en een elastiekje doorhalen in een project dat binnen een kwartier tot een half uur af is.
In dit artikel vind je een compleet stappenplan van strook knippen tot dichtnaaien, plus uitleg over stofkeuze, de juiste elastieklengte en een paar variaties zoals een extra volumineuze versie, een mini-scrunchie en een uitvoering met strikuiteinden. Restjes uit je stofbak zijn ideaal, en omdat je er per keer meerdere maakt heb je zo een stapeltje cadeautjes klaarliggen. Zoek je meer van dit soort snelle projecten, kijk dan ook bij onze makkelijke naaiprojecten voor beginners.
Snel antwoord
Hoe maak je zelf een scrunchie?
- Knip een strook stof van ongeveer 10 bij 50 cm en vouw die in de lengte dubbel met de goede kant naar binnen.
- Stik de lange zijde dicht, keer de buis, haal met een veiligheidsspeld een elastiek van ongeveer 20 cm door en naai de uiteinden van het elastiek aan elkaar.
- Schuif de stofuiteinden in elkaar en naai de opening met de hand of op de machine dicht.
Scrunchie maken in 8 stappen
Bewaar dit stappenplan op je telefoon en werk het van boven naar beneden af. Je hebt nodig: een restje stof, een stuk elastiek van ongeveer 6 tot 10 mm breed, een veiligheidsspeld, garen in een kleur die dicht bij je stof ligt, een schaar en spelden of clips.
- Knip de strook. Een handige vuistregel is een rechthoek van ongeveer 10 bij 50 cm. Knip zoveel mogelijk recht op de draad, dus evenwijdig aan de zelfkant, zodat de strook niet uitrekt. Bij een stof met een duidelijke poolrichting, zoals velours of ribfluweel, knip je alle delen in dezelfde richting.
- Vouw in de lengte dubbel. Leg de strook met de goede kanten op elkaar en vouw hem over de lange zijde dubbel, zodat je een lange smalle buis krijgt van ongeveer 5 cm breed. Speld de open lange zijde vast of gebruik clips bij gladde stof.
- Stik de lange zijde. Naai met een rechte steek op ongeveer 1 cm van de rand. Laat in het midden een keeropening van een centimeter of tien open, of gebruik de doorhaalmethode uit stap 4. Hecht aan begin en eind af met een paar steken heen en terug.
- Kies je keermethode. Met een keeropening keer je de buis daar naar buiten. Bij de doorhaalmethode stik je de lange naad helemaal dicht en trek je vervolgens een van de korte uiteinden door de buis heen naar buiten, tot alles gekeerd is. Die tweede methode geeft een strakker eindresultaat maar vraagt wat geduld bij dikke stof.
- Keer en strijk licht. Trek de buis met een veiligheidsspeld, een keerhulpje of het botte uiteinde van een potlood binnenstebuiten. Strijk de buis licht plat als de stof dat verdraagt; bij satijn en viscose zet je het strijkijzer laag en gebruik je een lapje ertussen.
- Haal het elastiek door. Knip een elastiek van ongeveer 20 cm, speld een veiligheidsspeld aan het uiteinde en schuif die door de buis. Houd het andere uiteinde vast of speld het aan de stof, zodat het niet naar binnen glipt. Uitgebreide uitleg over deze techniek vind je bij elastiek inzetten.
- Naai het elastiek aan elkaar. Leg de twee uiteinden ongeveer 1 cm over elkaar en stik ze met een zigzagsteek of een paar rijen rechte steken vast. Controleer eerst of de scrunchie lekker om je pols zit voor je afknipt.
- Naai de opening dicht. Schuif het ene stofuiteinde ongeveer 1 cm in het andere, vouw de buitenste rand naar binnen en naai de opening dicht met een blinde steek met de hand of met een smal stiksel op de machine. Verdeel daarna de rimpels gelijkmatig.
Klaar. Duurt het de eerste keer langer dan een half uur, dan is dat volkomen normaal: vanaf de tweede scrunchie gaat het merkbaar sneller, en veel mensen knippen daarom meteen drie of vier stroken tegelijk.
Welke stof kies je voor een scrunchie?
Bijna elke geweven stof werkt, en juist daarom is dit project zo geschikt voor restjes. Wat je kiest bepaalt vooral hoe de scrunchie eruitziet: stevig en pluizig met veel losse ruches, of soepel en glanzend met een vloeiende val. Wil je eerst weten hoe stofsoorten zich gedragen, lees dan de uitleg over soorten stof.
| Stof | Resultaat | Waar je op let |
|---|---|---|
| Katoen en poplin | Stevige, luchtige ruches die goed overeind blijven staan | Makkelijk te naaien en te keren. Ideaal voor je eerste exemplaar. |
| Satijn en viscose | Soepele glans en een vlakkere, elegante vorm | Glad en beweeglijk onder de naaivoet. Gebruik clips, een fijne naald en eventueel een lapje papier onder de naad. |
| Velours en ribfluweel | Veel volume en een zachte uitstraling | Let op de poolrichting: knip alle delen dezelfde kant op. Strijk alleen op de verkeerde kant of met een doek ertussen. |
| Tricot en jersey | Zachte, wat plattere scrunchie die niet knelt | Rekt makkelijk uit. Naai met een lichte zigzag of stretchsteek en trek de stof tijdens het stikken niet strak. |
| Linnen en linnenmix | Natuurlijke, wat ruwere look met stevige rimpels | Rafelt snel. Werk zorgvuldig af en houd de naadtoeslag ruim genoeg. |
Dunne, licht doorschijnende stoffen zoals chiffon kunnen ook, maar geef die dan wat meer breedte zodat de scrunchie niet slap gaat hangen. Erg dikke stoffen zoals jeans of canvas zijn juist minder geschikt: de buis wordt te stug om mooi te rimpelen.
Hoeveel elastiek heb je nodig?
De vuistregel van ongeveer 20 cm elastiek werkt voor de meeste mensen prima, maar het prettigst is om even te proefpassen. Leg het elastiek los om je pols of om een staart en trek het aan tot het comfortabel zit zonder te knellen. Tel er daarna 2 cm bij op voor de overlap en knip pas dan.
- Dik of lang haar: neem het elastiek iets langer, zo’n 22 tot 24 cm, zodat je de staart in twee slagen kunt vastzetten zonder dat het trekt.
- Fijn of kort haar: houd het korter, rond de 17 tot 18 cm, anders houdt de scrunchie de staart niet vast.
- Elastiekbreedte: 6 tot 10 mm is de gulden middenweg. Smaller elastiek verdwijnt mooi in de stof maar geeft minder grip, breder elastiek houdt beter vast maar maakt de buis boller.
- Rekbaarheid: stevig gevlochten elastiek blijft langer in vorm dan heel zacht elastiek. Test even hoe snel het terugveert voor je het gebruikt.
Zit de scrunchie na het naaien toch te ruim of te strak, dan hoef je hem niet af te schrijven. Torn het laatste handstiksel los, corrigeer het elastiek en naai de opening opnieuw dicht.
Variaties die je met hetzelfde stappenplan maakt
Zodra de basisversie zit, kun je met dezelfde acht stappen een heel rek aan varianten maken. Alleen de afmetingen van de strook veranderen.
- Volume-scrunchie: knip de strook breder en langer, bijvoorbeeld ongeveer 16 bij 65 cm. Het elastiek blijft even lang, waardoor er meer stof op dezelfde lengte samentrekt en je die volle, gerimpelde look krijgt.
- Mini-scrunchie: houd de strook smaller en korter, rond de 7 bij 35 cm, met een smal elastiek. Fijn voor dunne staarten, kinderhaar of een setje aan je pols.
- Scrunchie met strikuiteinden: maak twee losse stroken die je naast het gerimpelde deel als linten meestikt, of laat de strook aan beide kanten langer doorlopen en werk die uiteinden apart af. De strik knoop je na het opzetten.
- Dubbelzijdige scrunchie: gebruik twee smallere stroken van verschillende stoffen en naai die eerst aan de lange zijden aan elkaar tot een buis. Zo krijg je twee kleuren in de rimpels.
- Setje van restjes: knip meerdere stroken uit hetzelfde project waar je stof van overhoudt. Een scrunchie in dezelfde stof als een zelfgemaakte rok of jurk maakt er meteen een cadeauset van.
Veelgemaakte fouten bij het maken van een scrunchie
- De strook schuin knippen in plaats van recht op de draad, waardoor de buis uitrekt en golft.
- Het elastiek loslaten tijdens het doorhalen, zodat het uiteinde in de buis verdwijnt. Speld het vast aan de stof.
- De buis te smal maken, waardoor je hem nauwelijks gekeerd krijgt. Houd na het stikken minstens 3 cm breedte over.
- Het elastiek te strak knippen zonder proefpassen, waardoor de scrunchie knelt of te veel rimpelt.
- Gladde stof zonder clips of spelden verwerken, waardoor de lagen onder de naaivoet verschuiven.
- Velours of satijn te heet strijken, waardoor de pool platgaat of de stof glimt.
- De naadtoeslag te klein nemen bij rafelgevoelige stof, zodat de naad na een paar keer dragen openspringt.
Ga je hiermee aan de slag?
Een scrunchie is bedoeld als opstapje, en de technieken die je hier oefent kom je bij bijna elk volgend project weer tegen. Het doorhalen van elastiek gebruik je straks ook in een rok- of broekband, en het dichtnaaien met de hand is precies de afwerking die je bij een kussenhoes of knuffel nodig hebt.
Wil je stap voor stap verder bouwen aan je basis, dan helpt het overzicht bij leren naaien je met de volgorde waarin je technieken het handigst oppakt. Zoek je vervolgens iets concreets om te maken, kijk dan tussen de gratis naaipatronen of blader door de andere makkelijke naaiprojecten voor een volgend project van een uurtje.
Veelgestelde vragen
Hoe groot moet de stof voor een scrunchie zijn? Een strook van ongeveer 10 bij 50 cm is een prettige vuistregel voor een standaard scrunchie. Wil je meer volume, maak de strook dan breder en langer; het elastiek houd je even lang.
Kan ik een scrunchie zonder naaimachine maken? Ja. Je kunt de lange naad met de hand stikken met een stiksteek en de opening met een blinde steek dichtnaaien. Het kost meer tijd, maar het resultaat is net zo stevig als je kleine, regelmatige steken maakt.
Hoe lang moet het elastiek zijn? Reken op ongeveer 20 cm plus 2 cm voor de overlap. Pas het elastiek eerst los om je pols of staart, zodat het comfortabel zit zonder te knellen.
Welke steek gebruik ik voor een scrunchie? Een gewone rechte steek in een gemiddelde steeklengte volstaat voor geweven stof. Werk je met tricot of jersey, kies dan een lichte zigzag of stretchsteek zodat de naad meerekt.
Hoe lang duurt het om een scrunchie te maken? De eerste kost meestal een half uur, inclusief knippen en zoeken naar je spullen. Daarna lukt het vaak in een kwartier, en als je meerdere stroken tegelijk knipt gaat het nog sneller.
Wat doe ik als de scrunchie te slap hangt? Dat komt meestal door te dunne stof of te weinig lengte. Neem de volgende keer een steviger stof of een langere strook, zodat er meer materiaal op hetzelfde elastiek samentrekt.
Samenvatting
Een scrunchie maak je van een strook stof van ongeveer 10 bij 50 cm die je in de lengte dubbelvouwt, dichtstikt, keert en vult met een elastiek van rond de 20 cm. Katoen geeft stevige ruches, satijn en viscose een soepele glans en velours veel volume; let bij pool- en glansstoffen op knip- en strijkrichting. Pas het elastiek altijd even om je pols voor je afknipt, dan zit de scrunchie precies goed.
Naar het stappenplan in 8 stappen