Garen voor de naaimachine: welk garen waarvoor?

Laatst bijgewerkt 28 juli 2026

Je staat voor het rek in de winkel en ziet tientallen klosjes staan: allesnaaigaren, katoen, extra sterk, doorstikgaren, glanzend borduurgaren. Welk garen voor de naaimachine je nodig hebt, hangt vooral af van de stof en van wat de naad moet doen. Voor verreweg de meeste projecten kom je weg met een goede allesnaaier, en pas als een naad moet meerekken of veel kracht moet houden, wijk je daarvan af.

Hieronder vind je een overzichtstabel met alle gangbare garensoorten, plus uitleg over kwaliteit herkennen, kleur kiezen, garen bewaren en het testen van oude klosjes.

Snel antwoord

Welk garen gebruik je in je naaimachine?

  • Allesnaaigaren van polyester is de standaard: sterk, licht rekbaar en geschikt voor vrijwel alle stoffen.
  • Wijk alleen af bij een specifieke eis: katoen voor quilten, rekbaar garen voor tricotzomen, extra sterk voor jeans en tassen.
  • Gebruik hetzelfde garen boven en onder en kies liever kwaliteit dan het goedkoopste klosje, want pluizig garen veroorzaakt de meeste machineproblemen.

Garentabel: welk garen waarvoor

Bewaar dit overzicht op je telefoon als je naar de stoffenwinkel gaat.

Garensoort Waarvoor je het gebruikt Waar je op let
Allesnaaigaren (polyester) Vrijwel alles: kleding, kussenhoezen, gordijnen, geweven stof en lichte tricot Sterk en licht rekbaar; de standaardkeuze bij twijfel
Katoenen garen Quilten, patchwork, katoen en linnen Geeft niet mee; niet voor stof die moet rekken
Rekbaar garen Zomen en naden in tricot en jersey Volg het klosje: sommige soorten horen in de spoel
Extra sterk garen Jeans, tassen, riemen, meubelstof, knopen aanzetten Dikker; vraagt een dikkere naald en langere steek
Doorstikgaren Zichtbare siernaden en doorstiksels Alleen als bovendraad; allesnaaigaren in de spoel
Overlockgaren op conen Lockmachine en coverlock Dunner en voordeliger per meter; niet voor constructienaden
Borduurgaren Machineborduren en decoratieve steken Glanzend maar minder sterk; niet voor belaste naden
Rijggaren Tijdelijk vastzetten, rimpelen, markeren Breekt bewust makkelijk; nooit in een definitieve naad

Allesnaaigaren: waarom polyester de standaard is

Allesnaaigaren van polyester is niet voor niets het garen dat in de meeste naaidozen ligt. Het is sterk in verhouding tot de dikte en het heeft een klein beetje rek. Die rek is belangrijker dan hij klinkt: een naad die een paar procent kan meegeven, springt niet meteen open als je gaat zitten of je arm strekt.

Voor gewone kleding, huishoudtextiel en de meeste beginnersprojecten hoef je dus niet na te denken. Eén dikte allesnaaigaren in een handvol basiskleuren dekt het grootste deel van je werk. Alleen bij heel fijne stof zoals chiffon of juist bij zwaar canvas is een dunnere of dikkere variant handig.


Katoen, rekbaar en extra sterk: wanneer wijk je af?

Er zijn drie situaties waarin allesnaaigaren niet de logische keuze is.

  • Quilten en patchwork. Hier wordt vaak katoenen garen gebruikt, omdat katoen zich net zo gedraagt als de katoenen stof en bij het lostornen minder in het weefsel snijdt. Katoen geeft niet mee, dus in kleding met rek is het geen goede keus.
  • Tricot en jersey. Een rechte steek in allesnaaigaren houdt een T-shirtzoom meestal prima, zeker met een smalle zigzag of een tweelingnaald. Wil je meer zekerheid, dan bestaat er speciaal rekbaar garen dat flink meegeeft. Lees wel de aanwijzing op het klosje, want een deel van deze garens hoort in de spoel en niet als bovendraad.
  • Jeans, tassen en knopen. Extra sterk garen is dikker en houdt veel meer kracht. Je gebruikt het voor naden die trekken: draagbanden, riemlussen, meubelbekleding en knopen die er niet af mogen. Reken op een dikkere naald en een iets langere steek.

Doorstikgaren is een geval apart. Het is dik en gemaakt om gezien te worden, zoals het opvallende stiksel op spijkerbroeken. Het hoort alleen boven op de klos, want in de spoel gebruik je gewoon allesnaaigaren. Werk je met dikke stof of dik garen, kijk dan ook even bij welke naald bij welke stof past, want naald en garen moeten bij elkaar passen.


Overlockgaren, borduurgaren en rijggaren

Overlockgaren komt op grote conen en is bedoeld voor de lockmachine, die drie of vier draden tegelijk verbruikt. Per meter is het voordeliger, en de draad is dunner omdat hij samen met andere draden werkt en niet in zijn eentje een naad hoeft te dragen. Met een conenhouder kun je zo’n coon ook op je naaimachine gebruiken, maar voor belaste naden is een gewone allesnaaier de veiligere keus.

Borduurgaren herken je aan de glans. Het is gemaakt voor dichte borduurmotieven en decoratieve steken, waar het uiterlijk telt en de draad niet hoeft te trekken. Gebruik het niet voor constructienaden: de glans komt van een gladde vezelstructuur die minder sterk is dan gewoon naaigaren. Rijggaren is juist expres zwak, zodat je het na het passen of rimpelen weer uit de stof trekt. Laat het nooit zitten in een naad die iets moet houden.


Zo herken je goed garen van slecht garen

Dit is het punt waar het bij veel naaisters misgaat. Goed garen voelt glad en gelijkmatig aan. Trek een stukje tussen duim en wijsvinger door: je voelt geen dikke en dunne plekken, en er blijven geen vezeltjes aan je vingers hangen.

Goedkoop garen van mindere kwaliteit is vaak pluizig en ongelijkmatig. Die pluisjes komen ergens terecht: in de spanningsschijven, rond het spoelhuis en onder de steekplaat. Het gevolg is een machine die steken overslaat, lussen aan de onderkant maakt of steeds vastloopt. Veel klachten die als problemen met de naaimachine worden gemeld, verdwijnen zodra er een beter klosje op de machine zit. Blijft de steek onregelmatig na het wisselen van garen, controleer dan de draadspanning van je naaimachine.


Zo kies je garen voor je volgende project

Drie vuistregels die je bij vrijwel elk project kunt gebruiken:

  1. Zelfde garen boven en onder. De gangbare regel is dat bovendraad en onderdraad hetzelfde garen zijn, in soort en dikte; twee verschillende garens trekken ongelijk en verstoren het evenwicht van de steek. Uitzonderingen zijn doorstikgaren en sommige rekbare en borduurgarens, waar de fabrikant iets anders voorschrijft.
  2. Kies de kleur een tint donkerder. Kun je de kleur niet exact matchen, neem dan het klosje dat net iets donkerder is dan je stof: een donkerder draad valt weg, een lichtere draad springt eruit. Beoordeel de kleur met één losse draad op de stof, niet met de klos ernaast, want een volle klos oogt altijd donkerder.
  3. Stem naald, garen en stof op elkaar af. Dik garen door een fijne naald geeft rafelende en brekende draad, fijn garen met een grove naald geeft grote gaten en losse steken.

Garen bewaren en oud garen testen

Garen gaat lang mee, maar niet oneindig. De twee grootste vijanden zijn licht en stof. Klosjes die jarenlang in de zon staan, verbleken aan de buitenkant en worden bros, en stof op de klosjes gaat bij het naaien mee de machine in. Bewaar garen daarom in een gesloten doos, lade of naaidoos, uit direct zonlicht.

Vind je een oude voorraad, doe dan de trektest voordat je zo’n klosje gebruikt. Trek een stuk draad van ongeveer dertig centimeter af en trek dat met beide handen stevig uit elkaar. Goed garen rekt kort en breekt dan met een duidelijke knap. Vergaan garen knapt direct, bijna zonder weerstand, en voelt droog aan. Zo’n klosje kun je hooguit nog gebruiken om mee te rijgen.


Veelgemaakte fouten bij het kiezen van garen

  • Alles met hetzelfde witte klosje naaien. Wit valt op donkere stof op, zeker als de naad onder spanning staat en de draad tussen de stof door piept.
  • Borduurgaren gebruiken voor gewone naden. Het ziet er mooi uit, maar de naad houdt minder dan je denkt.
  • Boven en onder verschillend garen gebruiken. Een veelvoorkomende oorzaak van een steekbeeld dat je met de spanningsknop niet recht krijgt.
  • Oud garen blind vertrouwen. Een vergeeld klosje oogt prima, tot de naad na één wasbeurt opengaat.
  • Op garen besparen bij een groot project. Uren werk in een jurk stoppen en er dan pluizig garen in naaien is zonde.

Ga je je garenvoorraad aanvullen?

Begin klein en breid uit op basis van wat je echt naait. Allesnaaigaren in wit, zwart, grijs, beige en marine dekt verrassend veel; daarnaast koop je per project de kleur die je nodig hebt. Heb je een lockmachine, dan zijn een paar conen in neutrale kleuren praktisch.

Wil je weten wat er naast garen nog meer standaard thuishoort in je uitrusting, bekijk dan wat er in een complete naaidoos hoort te zitten. Zoek je iets om alles stofvrij op te bergen, lees dan waar je op let bij het kiezen van een naaidoos.


Veelgestelde vragen

Kan ik voor alles allesnaaigaren gebruiken? Voor verreweg de meeste projecten wel. Wijk af bij quilten (katoen), tricotzomen die veel moeten rekken (rekbaar garen) en zwaar werk zoals jeans en tassen (extra sterk garen).

Moet de onderdraad hetzelfde garen zijn als de bovendraad? Als gangbare regel wel: zelfde soort en zelfde dikte. Alleen bij doorstikgaren en bij sommige speciale garens gebruik je boven en onder bewust iets anders.

Waarom breekt mijn draad steeds? Vaak ligt het aan pluizig of vergaan garen, aan een naald die niet bij het garen past of aan een te hoge spanning. Wissel eerst naar een goed klosje en controleer daarna de draadspanning.

Hoe kies ik de kleur als ik niet exact kan matchen? Neem een tint donkerder dan je stof. Donkerder garen valt weg in het weefsel, lichter garen springt eruit. Leg één losse draad op de stof om te beoordelen, niet de hele klos.

Hoelang is garen houdbaar? Goed bewaard garen gaat jaren mee. Doe bij oude klosjes de trektest: breekt de draad meteen zonder weerstand, gebruik hem dan hooguit om te rijgen.


Samenvatting

Allesnaaigaren van polyester is de standaard voor vrijwel alle naaiwerk; katoen, rekbaar, extra sterk, doorstik-, overlock-, borduur- en rijggaren zijn de uitzonderingen voor specifieke situaties. Kies liever goed garen dan het goedkoopste klosje, want pluizig garen veroorzaakt een groot deel van de steek- en draadproblemen. Gebruik hetzelfde garen boven en onder, neem de kleur een tint donkerder en bewaar je klosjes stofvrij en uit de zon.

Bekijk de garentabel


Lees ook